woensdag 8 mei 2013

Het jaar van de patrijs.

Zo rond 1980 kwam de patrijs veelvuldig voor op het Nederlandse platteland. Sindsdien is het ideale patrijsgebied verdwenen en hun aantal met ruim 95% afgenomen. De vogel is bezig te verdwijnen uit Nederland en we hebben dat nauwelijks gemerkt.
De patrijs is een bescheiden verschijning met zijn grijsbruine verendek. Hij lijkt een beetje op een fazant of kwartel. Als je ernaar op zoek bent, moet je heel goed kijken en geluk hebben. Je kunt tien keer door een leefgebied van de patrijs lopen en er niet eentje zien, en de keer erna zie je er opeens twintig tegelijk.
We weten eigenlijk te weinig van deze vogel, maar als je het ideale patrijsgebied vergelijkt met het huidige agrarische landschap, dan snap je meteen waarom hij het moeilijk heeft. Op het huidige platteland redt de patrijs het absoluut niet meer. De ruige, beschutte plekjes waar hij zijn nesten bouwde, zijn bijna helemaal verdwenen.
De insecten die vooral de kuikens als voedsel nodig hebben, zijn er steeds minder en de grootschalige maai- en oogstmethodes die we tegenwoordig hanteren, zijn dramatisch voor de nesten. Bovendien liggen na het oogsten de jongen ook nog eens open en bloot voor de vos of de havik.
Tenslotte zouden pesticiden ook nog een oorzaak kunnen zijn.
Hoe het ook zij: zonder hulp is de patrijs in ieder geval binnen afzienbaar termijn uit Nederland verdwenen. Dat mag niet gebeuren en daarom is 2013 uitgeroepen tot het Jaar van de Patrijs.

Hoe kunnen we de patrijs redden ?
Om een levensvatbare populatie te laten bestaan, heb je dichtheden van minimaal 5 tot 10 patrijzen per km2 nodig.
Als we dat voor elkaar willen krijgen, is een soort landbouw nodig waarin ook aandacht is voor natuur en landschap. Dat is landbouw met brede en natuurlijk beheerde akkerranden en ruigtes, samen met heggen en houtwallen. Erfranden helpen ook, bijvoorbeeld een brede grasstrook met kruiden als overgang naar een aangrenzend akker- of grasland. Of koren zaaien, dat in de winter blijft staan, zodat de vogel ook in dat jaargetijde bescherming en voedsel vindt.
Allemaal prima voorzieningen voor de patrijs en het is ook nog eens goed voor veel andere flora en fauna en dus voor de biodiversiteit.
Vrijwilligers tellen minimaal twee keer per jaar de patrijzen.
Op die manier wordt snel duidelijk of de maatregelen effect hebben, of dat er iets anders moet worden bedacht om de patrijs van de ondergang te redden.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen