dinsdag 3 april 2012

EHS

De natuurgebieden in Nederland zijn nogal versnipperd en daardoor neemt de biodiversiteit af. De Ecologische Hoofdstructuur, de EHS, is bedoeld om de natuurgebieden te vergroten en te verbinden met hun omgeving, zodat planten en dieren zich makkelijker kunnen verspreiden. Hierdoor kunnen ze beter tegen negatieve invloeden van het milieu en in grotere gebieden kunnen natuurlijk ook meer soorten planten en dieren leven. Een goede oplossing dus.
Nu trekt opeens het kabinet Rutte zijn handen af van de EHS, de ruggengraat van de Nederlandse natuur. “Er moet herbegrenzing plaats vinden”, is de boodschap. Dat betekent dat er zogenaamde primaire en secundaire gebieden komen. In de primaire gebieden worden landbouwgronden aangekocht en ingericht, maar in de secundaire zal dat niet meer kunnen. Minstens 50% van de EHS wordt secundair!
Bleker wil bovendien de EHS die in 2018 niet gerealiseerd is, laten vervallen.
Dat is tegen alle afspraken in en volgens mij is hier sprake van onbehoorlijk bestuur, van ordinaire contractbreuk. De internationaal afgesproken verplichtingen raken steeds verder uit het zicht en dat kan toch zomaar niet.
Wat mij daarbij het meest stoort, is dat deze regering blijkbaar helemaal niks met de natuur heeft. Een ervaring van één worden met de natuur bij een zwerftocht over de Kampina op een mooie middag in het voorjaar is ze blijkbaar volstrekt vreemd. Een gevoel van respect, ontzag en verwondering tijdens een wandeling door de Oisterwijkse bossen met de prachtige vennen, die zo kenmerkend zijn voor dit gebied, is er kennelijk ook niet.
Het besef van verantwoordelijkheid voor de biodiversiteit in ons land ontbreekt. De natuur gaat in de uitverkoop. Heel verontrustend en heel armoedig...
Volgens mij heeft het geen zin meer om deze overheid te blijven wijzen op haar toezeggingen en verantwoordelijkheden. De natuurorganisaties moeten nu het initiatief maar nemen en zeggen: als de overheid het niet doet, gaan we het zelf wel doen.  Laat iedereen die wil meedoen zich maar melden.

zaterdag 3 maart 2012

Het Groene Wat? Het Groene Woud !

 

Nationaal landschap Het Groene Woud is de naam voor het ‘groene hart’
tussen Eindhoven, ’s-Hertogenbosch en Tilburg. Ons mooie Oisterwijk ligt daar midden in. De overheid riep in 2005 het gebied uit tot
Nationaal Landschap, een prima basis voor goede bescherming van dit prachtige stukje Brabant. Het is gewoon uniek: in totaal 35.000 hectare bos, moeras, heide en agrarisch land met veel populieren en vol met fiets-, wandel en ruiterpaden. Veel boeren verbouwen er streekproducten. Je denkt soms dat je nog in het Brabant van vroeger bent. Er bevinden zich natuurgebieden zoals Kampina, Oisterwijkse Bossen en Vennen, Mortelen, Geelders, Dommeldal en Scheeken. Er lopen  verschillende beken doorheen: Dommel, Beerze en Reusel.
De meesten van ons zijn er goed thuis: we
wonen en werken er, gaan of gingen er naar school, zijn er ook vaak geboren.
Veel mensen zetten er zich in voor behoud van de eigen kwaliteiten van het gebied en werken mee aan veranderingen voor een meer duurzame toekomst. Het Groene Woud moet namelijk een succesvolle, duurzame streek worden die mensen in contact brengt met de natuur, de geschiedenis en de landbouw. Dat gaat natuurlijk meer druk en drukte geven, maar dat moet wel in balans blijven met wat er altijd al was: rust, groen, schone lucht en biodiversiteit.
Nu het Rijk heeft aangegeven geen verantwoordelijkheid meer te zullen dragen voor dit Nationale Landschap, gaat er dus een nieuwe fase in, waarin we ervoor moeten zorgen dat het Groene Woud niet verloren gaat. Het is te belangrijk voor ons allemaal, of we nu ondernemer zijn, boer, bewoner, recreant of natuurliefhebber.
Maar er dreigt een te kort aan financiële middelen, waardoor een gebied zo groot als de Kampina misschien in de uitverkoop gaat. Dat is alleen te voorkomen als de provincie meer geld beschikbaar stelt nu ze zelf verantwoordelijk wordt voor het natuurbeleid.
Wij zijn overigens door deze hele operatie van onze regering dichter bij dit beleid komen te staan en moeten beseffen dat onze bijdrage nodig en mogelijk is.
Mensen doen, leert de geschiedenis, meestal het goede pas nadat ze eerst alle foute oplossingen hebben uitgeprobeerd. Vervolgens is het fascinerend om te zien met hoeveel creativiteit en inventiviteit ze dreigende problemen te lijf gaan, vaak met uitstekend resultaat. Ook nu weer.
De gemeente Oisterwijk bekijkt bijvoorbeeld de mogelijkheden om het snoeihout uit het Groene Woud te gebruiken als brandstof voor een biomassacentrale, voor duurzame energie dus.
Ook jij kunt iets betekenen: wat vind jij belangrijk om te bewaren voor later en wat heb je daar voor over, met wie wil je samenwerken, waar liggen kansen ?
Kom uit de kast en zorg er mede voor dat  we over een tiental jaren nog steeds een antwoord hebben op Het Groene Wat ?

zaterdag 4 februari 2012

Biodiversiteitstuinen.

Al weer ruim tweehonderd jaar geleden, op 14 april 1809, bezocht Lodewijk Napoleon, broer van de Franse keizer, het departement Brabant. Een van de hoogtepunten van zijn inspectietocht was het bezoek aan Tilburg, waarbij hij zelfs besloot om Tilburg tot stad te verheffen. Zijn tocht ging via Oisterwijk. 
De Franse Baan, waarschijnlijk aangelegd in de Romeinse tijd, dankt zijn naam aan Lodewijks troepen die erover richting Tilburg trokken. Ze schijnen gerust te hebben in het centrum van Oisterwijk, onder de lindeboom.
Op 28 november 2011 kwam dezelfde Franse baan in het nieuws met de ingebruikname van de Biodiversiteitstuin van park de Rosep. De wethouders Van Hezik en Wagenmakers openden de tuin door er twee inlandse bomen te planten. Om de natuurlijke balans te bevorderen zijn er inmiddels ook bramen, bessen, kruisbessen en frambozen geplant en verschillende fruitbomen. Verder mogen liefhebbers er een groentetuin ontwikkelen en eigen groenten kweken.
Bijzonder aan een biodiversiteitstuin is natuurlijk de soortenrijkdom, de biodiversiteit.
Biodiversiteit wordt steeds belangrijker, net als duurzaamheid. Niet alleen voor ecologen maar voor iedereen. Het levert een versterking op van de natuurwaarden.
Een mooi initiatief dus en wat mij betreft voor herhaling vatbaar.
Mogelijkheden genoeg zou ik denken.
Nu de huidige crisis ook de bouw treft, zullen tijdelijk braak liggende terreinen langer leeg blijven. Mooie plekken, waar al dan niet een hek of een muur omheen staat en verder niets mee gebeurt. Zonde ! Op zulke plaatsen kan een heleboel gebeuren in het kader van biodiversiteit. Een moestuin aanleggen bijvoorbeeld of tijdelijk klein groen realiseren voor en door de bewoners uit de buurt.
Zij worden zich op die manier meer bewust van gezonde voeding en realiseren zich waar groente, fruit en kruiden vandaan komen.
Ik hoor de huivering al: niets is zo langdurig als tijdelijk!
Dat hoeft niet als de politiek een handje helpt door enkele concrete uitgangspunten en maatregelen te formuleren om tijdelijk gebruik van deze braak liggende stukjes grond mogelijk te maken.
Een utopie? Helemaal niet! Ga maar eens kijken bij de natuurSUPERmarkt in de Iriswijk en de Oude Haven in Eindhoven of bij Vrij Groen, de tijdelijke biodiversiteitstuin naast de toren van Naturalis in Leiden of bij de zopas gerealiseerde biodiversiteitstuin van het Theresialyceum in Tilburg.
Ik stel me voor dat genoemde wethouders in het kader van duurzaamheidseducatie de handen ineen slaan en het initiatief nemen om, samen met 2College Durendael, van de pastoorstuin achter het kerkhof bij de Petruskerk een biodiversiteitstuin te maken. Enkele groepen leerlingen van deze scholengemeenschap hebben zich de afgelopen jaren al verdiept in een mogelijke ontwikkeling van de tuin. Schetsen liggen klaar en zijn zelfs gepresenteerd.
Zo bevorderen we niet alleen natuurwaarden, maar helpen we ook nog eens mee aan het ontstaan van een meer groene generatie.
Wie kan daar nu op tegen zijn !

woensdag 4 januari 2012

Verwondering.



Op oudejaarsdag hing opeens in onze kerstkrans naast de voordeur een rinkelend, zilveren kerstballetje met een kaartje eraan: verwondering gewenst in 2012. Deze wens geef ik graag door, met dank aan de afzender.
De oorsprong van natuurbescherming zit hem in de verwondering over de schoonheid van de natuur. Zo rond 1900 ontstond voor het eerst de behoefte om die te beschermen. De beschermers waren niet met velen, maar het was wel een gemêleerd gezelschap, bestaande uit onder meer zakenlieden, geestelijken, kunstenaars en onderwijzers. Zij verwonderden zich over de schoonheid van de natuur en hebben er in beginsel voor gezorgd dat tegenwoordig  iedereen er zo ongeveer wel van overtuigd is, dat het goed is om zorg te hebben voor de natuur.
Dan is het op zijn minst vreemd dat onze huidige overheid, met Bleker als sluipschutter op alles wat groeit en bloeit voorop, haar handen af wil trekken van de natuurbescherming. Op deze manier wordt de natuur vernield en verragt en zit er dus niets anders op dan opnieuw een natuurbeschermingsbeweging op te starten. Die begint natuurlijk bij onszelf: bij het weer leren zien en voelen en je verwonderen.
We krijgen daarbij in ieder geval steun van onze koningin, die in haar deze keer bijzonder concrete kerstboodschap, ons oproept de Henk Blekers van deze aarde te weerstaan.
Kijken, kijken, nog eens kijken en luisteren, is daarbij het devies.
Als je echt kijkt, zie je opeens hoe geraffineerd en fabelachtig slim de natuur in elkaar zit. En hoe meer je ziet, hoe meer je waardeert.
Een piepklein hagedisje, dat doodstil tussen het dorre blad zit en weet dat dit de beste manier is om bij onraad te reageren. Een kwakende heikikker, die zich tussen de waterplanten verstopt heeft. Een hamerende specht in de verte, libelles die ongewild de aandacht trekken van een boomvalk, een eekhoorn die haastig een boom in spurt, een ree die van afstand verbaasd in je richting kijkt. Stil blijven staan, want daar weet hij niet goed raad mee.
Kom achter je laptop vandaan, spring op de fiets, trek je wandelschoenen aan en ga er op uit. Achter elke boom, op elk bospaadje, in en rondom elk ven wacht wel een verrassing, ligt de verwondering op de loer.
Een geducht wapen in de strijd tegen Bleker en de zijnen.

maandag 5 december 2011

We zullen het zelf moeten doen.

De wereld verandert snel. Kranten, internet en televisie bombarderen ons zo erg met alarmberichten, ook over onze natuur, dat je soms verlangt naar een lange winterslaap tot al die ellende voorbij is. 
Het recente voorstel voor de nieuwe natuurwet bijvoorbeeld, laat bij alle natuur- en milieuorganisaties en bij menig Nederlander het alarm afgaan.
60 beschermde gebieden gaan alle bescherming verliezen. Je kunt daar weer naar hartenlust motorcrossen en mountainbiken en er kan bijvoorbeeld weer hoogbouw gepleegd worden.
De minimale regels die overblijven zijn volgens Natuurmonumenten zo opgeschreven dat ze in de praktijk niet te handhaven zijn. Je mag bijvoorbeeld zelf bepalen of jouw activiteit belangrijke nadelige effecten heeft op beschermde natuurgebieden.
Dat gaat natuurlijk niet werken, bedacht ik, toen ik op de plek fietste waar de Heisteeg en de Bosweg zich kruisen en me opnieuw realiseerde wat voor enorme paleizen in dit gebied verschenen zijn.
Oisterwijk bestaat in 2012 achthonderd jaar. Hoe zou het er 800 jaar geleden op deze plek hebben uitgezien? Ik weet het niet.
Ik weet wel hoe de situatie 100 jaar geleden was. Toen behoorde dit gebied tot het landgoed "De Hondsberg" en staken de Vereniging Natuurmonumenten, de Oisterwijkse VVV en de gemeente Tilburg de koppen bij elkaar. Ze gruwden van de plannen om de bossen te kappen, de vennen droog te leggen en het gebied te bebouwen met villa’s. Er kwamen gelukkig al snel renteloze leningen en later ook giften en zo kon dit gebied worden aangekocht en in stand gehouden. Als penningmeester speelde Pieter van Tienhoven hierbij een belangrijke rol. Naar hem is de Van Tienhovenlaan genoemd, die terecht de plek is geworden waar Natuurmonumenten zijn bezoekerscentrum inrichtte.
Van Tienhoven zou eens moeten zien wat er is geworden van dit stukje Oisterwijk. Ik stel me zo voor dat hij daar behoorlijk somber van zou worden, net zoals blijkbaar menig dorpsgenoot, want het is verdikkeme toch nog uit de hand gelopen! Toegegeven, we kunnen weinig veranderen aan de feiten hier, dan hadden we ons eerder moeten laten horen. We kunnen wel wat doen aan de sombere gedachten: op pad gaan, bewegen, de buitenlucht opzoeken in dit mooie gebied. Bewegen heeft namelijk een positieve invloed op je mentale gezondheid. Bovendien zien we dan met een grotere groep eerder mogelijk ongewenste ontwikkelingen in onze Oisterwijkse natuur en kunnen die aan de kaak stellen.
Als de wet niet werkt, dan zullen we het namelijk zelf moeten doen!
Dat lukt, daarop wijzen de recente gebeurtenissen rondom de geplande fietsenstalling bij het station en de huisvesting van Scouting en IVN.
Ook dat verdrijft sombere gedachten en maakt je dus gezonder.
Ik wens iedereen een gezond 2012 toe.

donderdag 24 november 2011

Vrijwilliger voor de natuur


Zou het komen omdat we aanvoelen, dat het fout gaat met onze natuur? Zou het komen omdat we steeds meer beseffen, dat wij in Nederland steeds minder verschillende soorten planten en dieren krijgen? Of zou het komen, omdat we merken dat onze regering het slecht voor heeft met die prachtige natuur, die er in ons land nog over is ?
In ieder geval zien we steeds meer vrijwilligers werkzaam in en voor de natuur. Hopelijk ziet onze regering de bezorgdheid van deze mensen, die zich meer en meer als natuurbeschermers blijken te moeten gaan inzetten. Want inderdaad gaat het met de rijkdom aan soorten in Nederland niet zo best: sinds 1900 is die met de helft afgenomen. En daarmee neemt ook de basis van het leven af. De levering van grondstoffen, medicijnen en voedsel en de regulering van de kwaliteit van water en lucht: het komt allemaal in de verdrukking. Daarom is nu actie nodig en daarbij zijn de vrijwilligers van grote waarde.
Al gauw denken we bij een natuurvrijwilliger aan iemand die in georganiseerd verband opereert, zoals bij Natuurmonumenten of bij het Biodiversiteitsteam Oisterwijk. Dat is actie en dat is helemaal prima natuurlijk, maar je kunt je ook thuis inzetten voor de natuur en op die manier als vrijwilliger in actie komen. Je kunt bijvoorbeeld meer duurzaam eten, vaker verse groente kopen, je energieverbruik verlagen of je tuin meer biodivers inrichten. Je kunt eens vaker douchen in plaats van in bad gaan, wat meer de fiets nemen of gaan lopen en de airco van de auto wat minder gebruiken.
2011 is uitgeroepen tot Europees jaar van het vrijwilligerswerk. De Europese landen hebben aandacht besteed aan allerlei soorten vrijwilligerswerk, ook aan dat voor de natuur. Het jaar loopt op zijn einde,  de natuur is helaas ook die weg op aan het gaan. De natuurvrijwilliger gelukkig niet.
Die hebben we hard nodig, omdat ik denk dat een duurzame samenleving in de toekomst de enige optie is. Daarvoor is een betere biodiversiteit absoluut noodzakelijk. En dus is het nu tijd om je daar voor in te zetten, in georganiseerd verband of als thuisvrijwilliger. Voor jezelf, de natuur en de komende generaties.
Word natuurvrijwilliger !