zaterdag 6 december 2014

Het B-Team

  •  Wat is dat eigenlijk?
Het B(iodiversiteits) team is een groep mensen die de biodiversiteit in Oisterwijk proberen te bevorderen door gevraagd en ongevraagd advies te geven. Ze adviseren aan overheden, gemeente, waterschap en terreinbeheerders, maar ook aan particuliere tuinbezitters.
  •  Wie zijn de mensen van het B-Team?
Dat zijn mensen die stuk voor stuk de noodzaak van behoud van biodiversiteit inzien en zich daarvoor willen inzetten. Mensen met meestel een “groene achtergrond” maar ook met speciale kennis en vaardigheden zoals tuinarchitectuur, landschapsinrichting en beheer, bomenspecialisten, chemicus, monumentenbeheer, ondernemers, adviseurs wet- en regelgeving en herboristen.
Verder kunnen zij een beroep doen op de zogenaamde agendaleden voor kennis op het gebied van architectuur, geologie, archeologie, heemkunde en waterbeheer.
  •  Is het een actiegroep dan?
Nee, het is een adviesgroep. Ze geven adviezen waarmee anderen aan de slag kunnen. Zo helpen ze iedereen die op een of andere manier betrokken is bij het behoud van biodiversiteit met adviezen die duidelijk en realistisch zijn.
  • Wat kost dat dan?
Niets! De leden van het team werken belangeloos en zonder onkostenvergoeding. Het team werkt, om de onafhankelijkheid te bewaren, dan ook zonder overheidssubsidies. Ze stellen het wel op prijs dat, als een advies niet gerealiseerd kan worden om financiële, praktische, of andere redenen, een goed onderbouwde motivering gegeven wordt. Immers, hun adviezen worden niet alleen vanuit idealisme maar ook met oog voor realisme gegeven!
  • Wie kan lid worden?
Iedereen die met zijn kennis, inzet en juiste motivatie een bijdrage kan leveren kan zich aanmelden.
  • Waar moet ik zijn voor een advies?
U kunt alle leden direct aanspreken of dit doen via de woordvoerder Frans Kapteijns.
Zie voor meer inlichtingen www.bteamoisterwijk.nl

maandag 27 januari 2014

2014: het jaar van de eekhoorn


De rode eekhoorn: op de website van het B-team Oisterwijk is hij duidelijk aanwezig; niet voor niets, want hij is onze mascotte, ons symbool voor biodiversiteit !
Hij wordt ook wel de gewone eekhoorn of de inheemse eekhoorn genoemd en hij is algemeen bekend en populair.
Hij komt dan ook in grote delen van Nederland voor; leeft in loofbos, naaldbos of gemengd bos, maar ook in tuinen, parken en houtwallen in de buurt van bos. Zijn voorkeur gaat daarbij wel uit naar ouder bos (naaldbomen ouder dan 20 jaar en loofbomen ouder dan 40-80 jaar) omdat daar meer voedsel en nestgelegenheid is.
Als er voldoende voedsel beschikbaar is, tref je hem overigens ook in bebouwd gebied aan.
Vaag je waar eekhoorns wonen, dan is meestal het antwoord: in holle bomen. Leg je uit dat ze een stuk of vijf bolronde nesten in bomen maken, dan wordt er meestal verbaasd gereageerd.
Ook is vaak niet bekend dat  ze geen koppel vormen, zoals de meeste zoogdieren, maar dat de jongen door de moeder in haar uppie worden groot gebracht.
In de jaren ’60 van de vorige eeuw nam vanwege een virus het aantal rode eekhoorns enorm af en daarna is hun aantal maar voor een gedeelte hersteld.
Dat komt omdat hun leefgebied versnipperd is geraakt en omdat ze te maken hebben gekregen met exotische soorten, zoals de grijze eekhoorn uit Noord-Amerika en de Pallas’ eekhoorn uit Azië. Die verdringen de inheemse eekhoorns uit hun leefgebied en brengen ziektes op ze over.
Het is dus belangrijk “onze” eekhoorns te helpen in hun voortbestaan. Dat kan door hun verspreiding zo goed mogelijk in beeld te brengen en te houden en door te voorkomen dat uitheemse eekhoorns ontsnappen of losgelaten worden. En natuurlijk zijn eekhoornvriendelijke tuinen en parken handig, kunnen we geschikte bomen en struiken aanplanten en eekhoornbruggen plaatsen op plekken waar een leefgebied door een weg wordt doorsneden en er verkeerslachtoffers vallen. Want hoewel eekhoorns snel kunnen rennen, hebben ze de neiging bij het oversteken van de weg wanneer er gevaar dreigt, stil te gaan zitten ‘als een bolletje’. Maak de brug overigens niet van ijzer, want dan zal de eekhoorn er geen gebruik van maken.
Om de rode eekhoorn nog eens in het centrum van de aandacht te plaatsen, is het jaar 2014 tot “jaar van de eekhoorn” uitgeroepen met
daarin het weekend van 17 en 18 mei als eekhoornweekend.
Er vinden dan allerlei activiteiten plaats. Let maar op de berichtgeving in de media, als je ervan op de hoogte wilt blijven !

zaterdag 5 oktober 2013

Groene parel De Lind blijft gelukkig groen

Het Oisterwijkse College van B&W heeft een wijs besluit genomen: het Lindeind blijft groen.
Dank daarvoor namens het Biodiversiteitsteam Oisterwijk.

Het groen van De Lind, zegt het college, maakt een belangrijk deel uit van de identiteit en uitstraling van Oisterwijk, en moet daarom groen blijven.
Het B-team is het daar helemaal mee eens.
Oisterwijk heeft een beschermd stads- en dorpsgezicht en daartoe behoort niet alleen de bebouwing, maar ook de groene ader, de groene long die door het centrum loopt: prachtige lindebomen langs de Dorpsstraat, Hoogstraat en Kerkstraat, het Trouwlaantje, de vrijheidseik, de monumentale Lindeboom naast de kiosk en het grasveld met de lindebomen daaromheen, tegenwoordig Lindeind genoemd.
Biodiversiteit in de dorpskern en daar moeten we zuinig op zijn, eerder nog de situatie optimaliseren dan er iets van afhalen.
En dat laatste doen we, in ernstige mate zelfs, als we het Lindeind zouden verharden en doorgaan met de evenementendruk daar.
De wortels van de bomen, die eromheen staan, zullen er ernstig onder lijden en uiteindelijk zullen de linden het niet redden.
Het concept rapport van Cobra boomadviseurs (dd 9 oktober 2012) naar aanleiding van hun onderzoek ter plaatse in opdracht van de gemeente Oisterwijk is daar duidelijk over: de toplaag is behoorlijk verdicht en als dit zo doorgaat kan het tot problemen met de bodemhuishouding leiden, als gevolg waarvan de linden het loodje zullen leggen.
Ter bescherming van de groeiplaats wordt daarom o.a. geadviseerd de plek te beschermen tegen invloeden als gevolg van evenementen.
Logisch en goed dus dat het college gaat onderzoeken welke evenementen wel en welke niet  op het gras van het Lindeind kunnen plaatsvinden.
Het B-team is dus niet tegen evenementen op De Lind, maar opteert wel voor een zodanig gebruik van de groene plekken in ons centrum dat het daar aanwezige groen zo goed mogelijk beschermd wordt en dat gebeurt niet door verharding van het Lindeind.
Behalve dat door deze verharding de biodiversiteit ter plekke sterk afneemt, tast het ook nog eens ernstig het aanzien van de prachtige groene ader aan.
Dat kan niet en mag niet. In het Groenprogramma van de gemeente Oisterwijk staat dat duidelijk geformuleerd: "Waardevol groen behouden op bijzondere plaatsen, bijvoorbeeld in gebieden met de status beschermd stads- en dorpsgezicht".
Dat nu is precies hier aan de orde !
In het feestjaar 2012, Oisterwijk 800, ontstond eveneens de bloemborder achter het gemeentehuis, een gezamenlijk initiatief van vele inwoners. Een initiatief dat het centrum nog aantrekkelijker maakt en een groot aantal vrijwilligers wekelijks bijeen brengt.
Een uitvloeisel van de zo hooggewaardeerde burgerparticipatie en een toename van biodiversiteit.
Oisterwijk is hiermee weer een stukje groener en van het B-team mag het nog groener worden. Dat is trouwens ook aantrekkelijk voor het toerisme naar de Parel in het groen.
En zou het echt zo zijn dat, zoals je wel eens hoort en leest, een groot deel van de  Oisterwijkse bevolking voor verharding van het Lindeind is ? Het zou erg in tegenspraak zijn met de reeks grote artikelen over dorpspleinen in het Brabants Dagblad, waarbij de bevolking versteende dorpscentra minder waardeert dan groene pleinen, zoals dat van Hilvarenbeek.

De koning kwam langs en het gras was groen, prachtig groen zelfs en laat dat vooral zo blijven. 

Namens het Biodiversiteitsteam Oisterwijk
Piet Veraa

woensdag 5 juni 2013

“Kop van de Lind”

Als je vanaf de Gemullenhoekenweg naar het centrum van Oisterwijk komt, valt het strak geschoren grasveld op de Kop van de Lind meteen op. Het ligt er prachtig bij tussen een stuk of dertig hoge zomerlindes.
In de kronen van die lindes zie je dat er met regelmaat takken en twijgen zijn afgestorven, maar verder zien ze er voortreffelijk uit en het gras sinds kort dus ook.
De belabberde grasmat is plotseling, om welke reden dan ook, vervangen door een groen tapijt. Je bent meteen geneigd te zoeken naar de bordjes “verboden het grasveld te betreden”, maar die staan er niet.
Wel was het veldje nog even omgeven met roodwitte linten, maar die waren duidelijk maar tijdelijk en ze gaven dit keer geen sporen van vernieling of een ongeval aan, maar beschermden juist iets heel moois.
Er was en is veel discussie over de inrichting van dit mooie stukje centrum. Sommigen willen het verharden en structureel geschikt maken voor evenementen, anderen willen dat juist niet.
Het B-team heeft zich ook in die discussie gemengd en de gemeente geadviseerd  de groeiplaats van de lindebomen te verbeteren en beter rekening te houden met de kwetsbaarheid van de bodem.
De evenementen daar vormen namelijk vaak een ernstige belasting voor die bodem, waardoor verdichting is ontstaan die tot ernstige problemen kan leiden voor de prachtige lindes.
Het B-team is daarom van mening dat het niet goed is om bij evenementen “zware attracties” op de “Kop van de Lind” te plaatsen en adviseert om niet te verharden en een onafhankelijke instantie een onderzoek te laten doen naar een betere indeling van de evenementen in het centrum, zodanig dat de biodiversiteit daar gespaard en verbeterd wordt.
Verharden beantwoordt trouwens niet aan de doelstelling van de gemeenteraad om steeds minder regenwater te lozen op het riool.
Is dat misschien de reden dat hier nu ineens een prachtig groen tapijt is neergelegd of heeft de komst van Koning Willem hier misschien iets mee te maken ?
Hoe het ook zij: de gemeente heeft laten weten dat ze later dit jaar het dilemma van de kop van de Lind met de belanghebbende partijen gaat bespreken.
We zijn benieuwd, want De Lind moet de sfeer blijven houden van de Groene Parel.

woensdag 8 mei 2013

Het jaar van de patrijs.

Zo rond 1980 kwam de patrijs veelvuldig voor op het Nederlandse platteland. Sindsdien is het ideale patrijsgebied verdwenen en hun aantal met ruim 95% afgenomen. De vogel is bezig te verdwijnen uit Nederland en we hebben dat nauwelijks gemerkt.
De patrijs is een bescheiden verschijning met zijn grijsbruine verendek. Hij lijkt een beetje op een fazant of kwartel. Als je ernaar op zoek bent, moet je heel goed kijken en geluk hebben. Je kunt tien keer door een leefgebied van de patrijs lopen en er niet eentje zien, en de keer erna zie je er opeens twintig tegelijk.
We weten eigenlijk te weinig van deze vogel, maar als je het ideale patrijsgebied vergelijkt met het huidige agrarische landschap, dan snap je meteen waarom hij het moeilijk heeft. Op het huidige platteland redt de patrijs het absoluut niet meer. De ruige, beschutte plekjes waar hij zijn nesten bouwde, zijn bijna helemaal verdwenen.
De insecten die vooral de kuikens als voedsel nodig hebben, zijn er steeds minder en de grootschalige maai- en oogstmethodes die we tegenwoordig hanteren, zijn dramatisch voor de nesten. Bovendien liggen na het oogsten de jongen ook nog eens open en bloot voor de vos of de havik.
Tenslotte zouden pesticiden ook nog een oorzaak kunnen zijn.
Hoe het ook zij: zonder hulp is de patrijs in ieder geval binnen afzienbaar termijn uit Nederland verdwenen. Dat mag niet gebeuren en daarom is 2013 uitgeroepen tot het Jaar van de Patrijs.

Hoe kunnen we de patrijs redden ?
Om een levensvatbare populatie te laten bestaan, heb je dichtheden van minimaal 5 tot 10 patrijzen per km2 nodig.
Als we dat voor elkaar willen krijgen, is een soort landbouw nodig waarin ook aandacht is voor natuur en landschap. Dat is landbouw met brede en natuurlijk beheerde akkerranden en ruigtes, samen met heggen en houtwallen. Erfranden helpen ook, bijvoorbeeld een brede grasstrook met kruiden als overgang naar een aangrenzend akker- of grasland. Of koren zaaien, dat in de winter blijft staan, zodat de vogel ook in dat jaargetijde bescherming en voedsel vindt.
Allemaal prima voorzieningen voor de patrijs en het is ook nog eens goed voor veel andere flora en fauna en dus voor de biodiversiteit.
Vrijwilligers tellen minimaal twee keer per jaar de patrijzen.
Op die manier wordt snel duidelijk of de maatregelen effect hebben, of dat er iets anders moet worden bedacht om de patrijs van de ondergang te redden.

woensdag 10 april 2013

Biodiversiteit in de Oisterwijkse bossen.


Oisterwijk staat bekend om zijn bossen en vennen, maar de versnippering ervan is niet zo gunstig voor de biodiversiteit.
De gemeente doet er alles aan om dat te verbeteren.
De ontwikkeling rondom het voormalig MOB complex en het verplaatsen van Camping De Reebok, die in een Natura 2000 gebied ligt, zijn daar goede voorbeelden van. Het B-team mag daarbij vaak advies geven.
Ook Natuurmonumenten, redder en nu dus jubilerend eigenaar van een groot gedeelte van de Oisterwijkse bossen, zet zich in voor verbetering van de biodiversiteit.
Tijdens de afgelopen periode zijn daarvoor kapwerkzaamheden uitgevoerd.  Op verschillende plekken in het bos kon je machines aan het werk zien die vooraf gemarkeerde bomen verwijderden. Op die manier is het bos gedund en zijn er open plekken ontstaan en meer licht en ruimte.
Veel dieren, zoals bijvoorbeeld mieren, zijn gebaat met open en zonnige plekken. Ook planten en loofbomen krijgen er een kans en zo ontstaat een gevarieerder bos, een bos met kruiden, struiken, loofbomen en dood hout.
Dood hout is erg belangrijk, want 50% van de biodiversiteit zit in dood hout. Het zit vol schimmels, insecten en bacteriën.
Veel aandacht is er voor de bosranden, zij krijgen een meer natuurlijkere overgang, een zogenaamde rafelige strook. Hierdoor ontstaat er een meer kruidachtige vegetatie van allerlei plantensoorten en zullen ze ook meer vogelsoorten aantrekken, zoals de nachtzwaluw en de geelgors. Reptielen als de levendbarende hagedis kunnen hier ook van profiteren.
Kruiden geven bovendien veel kleur en trekken daardoor insecten aan: dag- en nachtvlinders, kevers, wilde bijen en hommels. Die vormen op hun beurt weer larven en zijn dus een voedselbron voor vogels en zoogdieren.

Heel nuttig werk dus ! Het vindt overigens al tientallen jaren plaats en langzaam maar zeker zijn op die manier de voormalige productiebossen omgevormd van dichte, donkere bospercelen, die als een akker vol stonden met grove den, tot  bossen met voldoende variatie aan soorten bomen en planten.
Door de jaren heen is daarin ook al het aantal diersoorten toegenomen.
Nu het eindbeeld in zicht is, betekent dat niet dat het werk ophoudt.
Er zullen altijd ingrepen nodig blijven, bijvoorbeeld om op de heideveldjes en de oevers van de vennen het oprukkende bos tegen te houden.
Ook de populariteit onder recreanten, die het bos als meer dan honderd jaar weten te vinden, blijft onverminderd groot. Er moet dus voortdurend gewerkt worden aan een “beleefbaar” en toegankelijk bos, waarin iedereen ook de komende honderd jaar kan komen genieten.

woensdag 6 maart 2013

Het gemeentelijk beleid rondom de kap van bomen.


Het kapbeleid van de gemeente Oisterwijk is vastgelegd in de Bomenverordening 2010 gemeente Oisterwijk. 
Daarin staat dat wanneer perceeleigenaren een boom willen rooien, ze verplicht zijn een kapvergunning aan te vragen, beter gezegd een omgevingsvergunning voor de activiteit “kappen”. Voor alle houtopstanden met een minimale doorsnede van 20cm is zo’n vergunning nodig. De aanvraag ervan wordt vervolgens beoordeeld aan de hand van een toetsingsformulier waarop het belang voor het behoud van de boom wordt afgewogen tegen het belang van de maatregel.

Goed geregeld zou je zeggen, maar toch is dat niet zo .
Het systeem werkt namelijk niet goed.
Dat komt vooral omdat de te hanteren criteria voor het behoud van bomen niet in de juiste verhouding staan tot de criteria voor het verwijderen ervan. In de checklist is bijvoorbeeld nauwelijks tot geen aandacht voor de biodiversiteitwaarde en landschappelijke waarde van bomen en staat het economisch belang voorop.
Daardoor wordt vaak een vergunning verleend, terwijl dat niet zou moeten. Met een beetje schaduwwerking mag je bijvoorbeeld al kappen.
De gemeente geeft aan dat ze zich heeft voorgenomen waardevolle houtopstanden te beschermen, maar schiet op deze manier haar doel voorbij.

Als je ziet hoeveel bomen er per jaar binnen de gemeente gekapt mogen worden, ga je soms twijfelen aan het voornemen van de gemeente om waardevolle houtopstanden te beschermen en dat ook nog eens, volgens eigen zeggen, via een snelle en klantvriendelijke afhandeling, zonder overbodige regelgeving.
Als dat zo is, dan moet het huidige systeem flink op de schop.
De onvolkomenheden die er in zitten moeten er uit en er moet vooral meer aandacht komen voor biodiversiteit en landschappelijke waarde.

Het B-team heeft in het verleden, op verzoek van de gemeente, voor binnen de bebouwde kom, een lijst met monumentale bomen opgesteld, bomen die in principe niet gekapt mogen worden. Voor alle andere is een omgevingsvergunning “kappen” noodzakelijk en bij het verlenen daarvan is het dus belangrijk is dat de criteria, ook die met betrekking tot handhaving en herplantplicht, zodanig worden bijgesteld dat een boom een eerlijke kans heeft te mogen blijven staan.
In het Groenprogramma Oisterwijk 2013-2016 zal dit nieuwe “kapbeleid” worden opgenomen. Het B-team zal daarbij worden betrokken en hopelijk een belangrijke stem hebben.

dinsdag 5 februari 2013

Hoe stel je de aandacht voor biodiversiteit veilig ?

De jongeren van nu, de moderne burgers, hebben over tien, twintig jaar de houding die ze op dit moment ontwikkelen nog steeds: we doen het zelf wel !
Prima, maar gevaarlijk als ze daarbij de opvatting hebben dat het niet zo’n vaart zal lopen met het probleem van de biodiversiteit.
Hoe kunnen we nu zorgen dat we de ontwikkeling stimuleren die echt nodig is: beschermen en verbeteren van de biodiversiteit.
Naar mijn idee niet door je als voorloper op te stellen, maar door te ondersteunen en te adviseren en niet te ingewikkeld te doen.
Natuurlijke processen zijn op zichzelf al complex genoeg.
Overheden, bedrijven, natuurorganisaties moeten dus volgens mij niet op de voorgrond treden en vaandeldrager spelen, maar juist min of meer onzichtbaar ondersteunen, meewerken en/of adviseren: “first follower”
zijn, zoals dat heet. Leiden door te volgen ! Dat werkt veel beter !
Ik las deze opvatting ook in het door Thomas van Slobbe geschreven rapport Hoezo Natuur van de Stichting wAarde. Hij wijst daarin op een filmpje op You Tube, waarin duidelijk te zien is hoe het “First follower” zijn werkt. Het filmpje heet Leadership lessons from a dancing guy en is gemaakt door Derek Sivers. Je kunt het zelf op You Tube bekijken.
Thomas Slobbe geft de volgende toelichting: Het filmpje start met een dansende jongen in een grote groep mensen. Je ziet hoe na enige tijd een andere jongen mee gaat dansen en vervolgens de derde. Gaandeweg sluiten steeds meer mensen zich aan en tenslotte is bijna de hele menigte aan het dansen.
Wat de eerste volger doet is cruciaal: hij laat aan iedereen zien dat je gerust kunt volgen en nodigt uit mee te doen. Zo wordt hij leider door te volgen: “the first follower”.
Als de tweede volger mee gaat doen, is dat als het ware het bewijs dat de eerste de juiste keuze heeft gemaakt en dan is het omslagpunt bereikt.
Want drie is een groep en een groep is nieuws en iedereen wil daar bij horen !
Als je dus wilt bereiken dat biodiversiteit in de nabije toekomst echt belangrijk blijft, wordt dan moedig de “first follower” en laat anderen zien hoe je moet volgen !

dinsdag 1 januari 2013

2012, het jaar van de bij


2012, het jaar van de bij, ligt achter ons.
Heel belangrijk is de aandacht die er was voor zowel de honingbij als de wilde bijen. Onze voedselvoorziening is er namelijk voor minstens 30% van afhankelijk en er sterven wereldwijd, ook in Nederland, veel te veel bijen.
Hoe komt dat nou ?
Bestrijdingsmiddelen zijn een belangrijke oorzaak, ze worden in de land- en tuinbouw gebruikt tegen luizen, die zich daardoor niet meer kunnen voortplanten. Hoera, de plaag bestreden, maar ze werken helaas op alle insecten en dus ook op bijen. 
Verbieden dus, net als in Frankrijk en Duitsland.
Daarnaast is het zo, dat het Nederlandse landschap sterk verschraald is als het gaat om het aanbod van bloemen en dus hebben de bijen het moeilijk, want er is minder stuifmeel en nectar te halen. Dat verzwakt hun conditie, waardoor ze bevattelijker worden voor parasieten. Parasieten veroorzaken een wintersterfte onder de bijen van wel 30%, terwijl volgens imkers 10% normaal is.
De leefomstandigheden voor bijen moeten dus beter, vooral in steden en dorpen, waar normaal gesproken een grote variatie aan bloemen en planten is. We kunnen daar de overlevingskans van bijen flink vergroten door bijvoorbeeld bermen minder vaak te maaien, bijvriendelijke bloemen te zaaien of plekken te maken waar ze kunnen wonen.
Veel gemeenten zetten zich gelukkig al in voor bijen en andere insecten om zo de biodiversiteit te vergroten. Ze proberen groengebieden te verbinden, zodat planten en dieren zich gemakkelijker kunnen verspreiden, ze geven subsidie voor groene daken en gevels, ze bestrijden milieuvriendelijk het onkruid of adviseren om drachtplanten te kiezen. Dat zijn planten die veel nectar en/of stuifmeel leveren.
En wat gebeurt er in de gemeente Oisterwijk ? 
Natuurmonumenten organiseerde in 2012 bijenspeurtochten met honingproeven voor kinderen van 4 tot 6 jaar, het IVN organiseerde een lezing over de honingbij, kende de HelpDeBijQuiz, bood de mogelijkheid tot het maken van een insectenhotel en had andere bijenactiviteiten. De gemeente zaaide braakliggende terreintjes in met een bijvriendelijk akkerrandmengsel en het B-team Oisterwijk diende haar daarbij van advies. 
Bovendien bestrijdt de gemeente alleen wespen en bijen in geval van gevaar. Hopelijk doet u als burger dat ook, maar de beste manier om de bijen te helpen is dus te zorgen voor meer bloeiende planten en struiken en bomen, zoals bijvoorbeeld blauwe regen, meidoorn, maagdenpalm, lavendel, appel, kers of linde. Iedereen met een eigen tuin of  balkon kan dat.
Het B-team tenslotte moest maar weer eens een biodiversiteitsmarkt houden, waarop drachtplanten te koop zijn en de gemeente kan in de nieuwbouwstraten best wel bijvriendelijke bomen planten en in de bloembakken die hier en daar verschijnen kunnen bijvoorbeeld afrikaantjes. 
Mogelijkheden genoeg dus.

zondag 2 december 2012

Kunnen we zonder natuur ?

De vooruitgang heeft in ons land duidelijk zijn sporen nagelaten op de natuurbeleving en de betrokkenheid bij de natuur.
Lang niet iedereen is overtuigd van het belang van biodiversiteit in de nabije toekomst.
Ecologen waarschuwen steeds opnieuw en met bewijzen voor de gevolgen van een verdere aantasting van de biodiversiteit.
De aarde, zeggen ze, is op weg naar een kantelpunt, waarbij grote ecologische verschuivingen enorme gevolgen zullen hebben.
De meeste mensen liggen daar niet wakker van, ze geloven wel dat het uitsterven van soorten en het verlies van ecosystemen tot problemen zou kunnen leiden, maar ze vertrouwen erop dat die met onze technische vooruitgang wel zullen worden opgelost.
Zo zijn er twee groepen ontstaan die volledig langs elkaar heen praten en dat blokkeert het ontwikkelen van een krachtig natuurbeleid.
Hoe kunnen we deze patstelling nu doorbreken ?
Misschien zou het goed zijn, al vinden ecologen dat lastig, om toe te geven dat natuurlijk de mogelijkheid bestaat dat we op termijn de natuur niet langer echt nodig zullen hebben, want we kunnen bijvoorbeeld steeds meer voedsel in gecontroleerde vorm kweken, DNA-codes kraken en op termijn misschien wel het weer en het klimaat bepalen, maar ………….
Dat belangrijke “maar” hoort er wel bij: we weten het namelijk niet zeker, net zo min als we zeker weten of we dat wel moeten willen en we weten absoluut niet wanneer dat belangrijke kantelpunt zal plaatsvinden.
Er zijn signalen, zoals de stijgende temperatuur en het in snel tempo uitsterven van dier- en plantensoorten, dat het over enkele generaties al zover kan zijn.
Omdat we dus niet zeker weten of we op termijn de natuur niet meer nodig zullen hebben, moeten we alleen al daarom -gezien alles wat op het spel staat- de aantasting van biodiversiteit sterk bestrijden.
En zijn we op het moment dat het kantelpunt komt wel zover met onze zogenaamde “technical fix”, dat we de dan opkomende problemen kunnen oplossen ? Vernieuwen we daar snel genoeg voor, ook voor de kwetsbare gebieden op aarde?
Het is goed mogelijk dat de aantasting van de biodiversiteit en het klimaat een stuk sneller gaat dan het pad naar volledige onafhankelijkheid van de natuur, als dat al ooit zal lukken.
We kunnen ons dus geen verdere aantasting van de natuur veroorloven.
Dat is aan iedereen uit te leggen, zonder afbreuk te doen aan het geloof in vooruitgang en vernieuwing.
Daarmee hebben we de patstelling doorbroken.

zaterdag 3 november 2012

Verdroging in de Oisterwijkse natuur


Verdroging in de Oisterwijkse natuur











De Oisterwijkse bossen en vennen en de Kampina hebben last van verdroging. Als je niet van de hoed en de rand weet, ga je daar aan twijfelen wanneer je in de Kampina over de Van Tienhovenlaan loopt. 
Heel vaak kun je er daar in de buurt van het mooie Brandven niet doorheen, omdat de hele laan onder water staat.
Toch is het zo: een groot deel van het jaar is het grondwaterpeil te laag en daar draait het bij verdroging om.
Dat heeft vervelende gevolgen voor de natuur. De dophei bijvoorbeeld, die van nature in de natte vennengebieden voorkomt, dreigt daardoor te verdwijnen, de waterkwaliteit van de vennen vermindert en dat heeft een negatief effect op allerlei plant- en diersoorten, ook op de zeldzame.
De biodiversiteit neemt dus af in deze gebieden.
Hoe is dat zo gekomen?
Landbouwgrond kun je pas goed bewerken wanneer de neerslag is weggezakt. Dus zorg je voor snelle waterafvoer naar greppels en sloten. Het gaat nog sneller bij een laag waterpeil in de sloten. Doot dit alles is het grondwaterpeil onder landbouwpercelen vaak structureel lager dan in de natuurlijke situatie. Wanneer in de buurt natuurgebieden liggen, zoals de Oisterwijkse bossen en vennen en De Kampina, dan daalt ook daar het grondwaterpeil. Bij lagere grondwaterstanden wordt er meer regenwater in het gebied vastgehouden. Regenwater is zuurder dan grondwater en bevat mineralen die voor de oorspronkelijke begroeiing niet goed zijn. De ontwatering en afwatering voor de landbouw leidt dus tot twee vormen van verdroging: daling van grondwaterstand en verandering van de kwaliteit van het water.
Grondwaterwinning kan ook leiden tot een verlaging van de grondwaterstand en als dat in of vlakbij een natuurgebied gebeurt, kan dat gebied dus verdrogen. Elk jaar wordt in Nederland zo’n 750 miljoen m3 grondwater uit de bodem gehaald voor drinkwatervoorziening. Dat gebeurt in ongeveer 250 pompstations, die gebouwd zijn op plaatsen waar goed en gemakkelijk grondwater beschikbaar is.
Niet helemaal toevallig zijn dat vaak gebieden met hoge natuurwaarden, juist vanwege dat goede grondwater. De Kampina ligt tussen twee van zulke waterwingebieden in.
Er moet dus worden ingegrepen: Natuurmonumenten, Brabants Landschap en Waterschap De Dommel gaan dat doen. Zij gaan het grondwaterpeil verhogen door slootjes te dempen, de waterstand in De Rosep plaatselijk te verhogen en rond De Huisvennen naaldbomen te kappen. Naaldbomen verdampen namelijk het hele jaar door via hun naalden grondwater dat ze met hun wortels uit de bodem halen. Heide en grassen die op de open plekken gaan groeien, verdampen veel minder water.
Dat ze maar snel beginnen !

woensdag 17 oktober 2012

Kapvergunning

Kapvergunningen zijn vaak onderwerp van onenigheid, ook in de gemeente Oisterwijk. Denk maar aan de heisa die ontstond rondom de vrijheidseik op De Lind en aan het rumoer dat kortgeleden ontstaan is rondom de aangevraagde kapvergunning voor de monumentale lindeboom die voor het pand Kerkstraat 57 staat. De aanvrager wilde de boom verwijderen, maar de buren, de Heemkundekring en het B-team waren daar op tegen, net zoals menig Oisterwijker.
Steeds vaker komen burgers in actie tegen het verdwijnen van groen in de woonomgeving en maken bijvoorbeeld bezwaar tegen het kappen van een boom, maar het lijkt er ook op dat in de gemeente Oisterwijk steeds meer kapvergunningen worden aangevraagd. Bezwaar maken tegen voorgenomen kap heeft dikwijls helaas geen zin, want je moet 'belanghebbende' zijn. Belanghebbenden kunnen bezwaar maken. Ruwweg gesproken ben je belanghebbende als je de boom vanuit je woning of tuin kunt zien, of er dicht bij in de buurt woont, pas dan wordt inhoudelijk gekeken naar het bezwaar. De bestuursrechter zal dus altijd eerst toetsen of je belanghebbende bent.
De rechtbank Utrecht gaf onlangs de volgende invulling aan het begrip 'belanghebbende' bij bomenkap: personen die op meer dan 100 meter afstand wonen en geen zicht hebben, zijn niet belanghebbende, alsook personen die op meer dan 200 meter afstand wonen en wel zicht hebben op de boom. De rechtbank overwoog wel dat hier onder bijzondere omstandigheden van kan worden afgeweken. Bijvoorbeeld als er sprake is van een beeldbepalende of monumentale boom, die bijzondere waarden vertegenwoordigt, of bij grote aantallen bomen in een stadspark of bos. Me dunkt dat bij Kerkstraat 57 sprake is van zowel een monumentale als wel een beeldbepalende boom. De gemeente heeft inmiddels een beslissing genomen: de lindeboom mag niet gekapt worden.
Daarbij heeft ze het belang van de aanvrager, als het goed is, afgewogen tegen het belang van de boom. De boom heeft gelukkig gewonnen en dat is gebeurd op basis van een beoordeling van de kapvergunningsaanvraag.
Deze wijze van beoordeling, dit “kapvergunningenbeleid” is erg ondoorzichtig en functioneert niet goed. Het zou, is toegezegd in 2010, onder de loep genomen en eventueel aangepast worden bij de totstandkoming van het nieuwe groenstructuurplan 2011. Het is nu oktober 2012, het groenstructuurplan 2011 is er nog steeds niet en het ondoorzichtig, rammelend beleid rondom aangevraagde kapvergunningen bestaat nog steeds. Gemeente Oisterwijk: waar blijf je ?


vrijdag 6 juli 2012

Het lenteakkoord en de natuur



Afval aan de Del Campoweg in Sint Philipsland. foto Politie
Ik ben blij dat de aanzienlijke tekorten op natuurbeheer in het lenteakkoord voor een deel zijn teruggedraaid. Daardoor is het realiseren van het nationale netwerk van natuurgebieden, de Ecologische Hoofdstructuur (EHS), gelukkig weer mogelijk. En het stelt ook echt iets voor, want in het akkoord is er een langetermijnregeling van gemaakt en daardoor komt een onderbouwd natuurbeleid weer in het zicht. 
De 200 miljoen euro, die voor de natuur worden vrijgemaakt, lijken goed besteed te worden, waarbij ook gedacht is aan recreatiegebieden rond steden, aan waardevolle landschappen en aan meer toezichthouders, zodat stroperij en afvaldumping hopelijk zullen verminderen.
Maar hoewel het lenteakkoord een flinke stap vooruit betekent, zijn de zorgen voor het natuurbeheer in de toekomst niet weg. De bezuinigingen zijn namelijk niet helemaal van tafel.
De subsidies voor natuurbeheer zullen fors gaan dalen en de investeringen in natuur van de afgelopen jaren dreigen hierdoor teniet te worden gedaan, tenzij provincies uit eigen middelen aanzienlijk gaan bijdragen aan natuur- en landschapsbeheer.
Hier ligt ook een uitdaging voor de natuurorganisaties: zij zullen op zoek moeten naar andere geldbronnen. De postcodeloterij is er zo een, net zoals de verkoop van hout uit de bossen en klei of grind uit de rivieren en uiterwaarden. Ook de productie van energie door vergisting van biomassa als bladafval biedt mogelijkheden.
Een nieuw idee, gelanceerd door het Nationaal Groenfonds, is de groengarantie. Groengarantie is een contractuele afspraak tussen twee of meer partijen. Samen maken ze afspraken over het in stand houden of verbeteren van hun omgeving. De partij die de garantie ontvangt, de koper, kan een huiseigenaar, een belangenvereniging, een terreinbeherende organisatie, een bedrijf of een projectontwikkelaar zijn. Die kopen daarbij bijvoorbeeld het recht op vrij uitzicht door geld te storten in een fonds waarmee onderhoud van landschap wordt gefinancierd. Bezitters van een woning kunnen groengarantie bijvoorbeeld gebruiken om afspraken te maken over het onderhouden of verbeteren van de ruimte rond hun woning. De partij die de vergoeding ontvangt, de verkoper, is altijd een grondeigenaar. Grondbezitters kunnen groengarantie verkopen om extra inkomsten te genereren voor onderhoud en beheer, om vrijwilligers te werven of zelfs voor marketingdoelen. Genoemd fonds komt daarnaast met nog een opmerkelijk initiatief. Het adviseert natuurbegraafplaatsen aan te leggen. Tachtig tot honderd graven op een hectare levert volgens het Nationaal Groenfonds al gauw eenmalig 150.000 euro op.
De terugtredende overheid biedt dus ook kansen voor natuurbeleid.
We zullen zien of die kansen ook gegrepen worden.

zondag 3 juni 2012

Het wild zwijn is terug in Brabant !


Het wild zwijn in Brabant: wat moeten we daar nu van denken ?
In ieder geval is het zo dat het dier terug is, dus het is er eerder geweest. Voordat de intensieve landbouw en veeteelt hun intrede deden, kwam de voorouder van onze varkens hier namelijk veel voor. Wilde zwijnenvlees was zelfs de favoriete maaltijd van Asterix en Obelix.
Wilde zwijnen horen hier dus wel.
En nu zijn ze terug dankzij het natuurbeleid en de ecologische verbindingszones en ze planten zich snel voort.
Is dat wenselijk?
Wilde zwijnen hebben een positief effect op de biodiversiteit en zijn daarom een verrijking voor de natuur. Wenselijk dus.
Maar de dieren veroorzaken ongelukken, brengen schade toe aan gewassen en zijn gevaarlijk ! Niet wenselijk dus.
Dat wilde zwijnen voor ongelukken zorgen zal best waar zijn, hoewel er geen voorbeelden van bekend zijn, maar dat doen bijvoorbeeld reeën ook, al zijn die wel wat voorzichtiger. Moeten die dan ook maar uit onze natuur geweerd worden ?
Bovendien hebben bijna alle ongelukken een andere oorzaak, waarbij onverantwoord rijgedrag de belangrijkste factor is en dat heeft sowieso niets met dieren te maken.
Dat wilde zwijnen kunnen zorgen voor gewasschade is ook waar, maar door ze bij te voederen houd je ze weg van de landbouwgronden. Bijvoederen gaat heel gemakkelijk, want het wild zwijn is zoals alle varkens een veeleter. Het dier smikkelt onder meer gras, bladeren, eikels, beukennoten, kruiden, wortels van allerlei planten, paddenstoelen, vruchten en ook kikkers, slangen en wormen moeten er aan geloven. Bovendien is de schade beperkt en wordt die ook nog eens vergoed uit het Faunafonds.
En dan zouden ze ook nog gevaarlijk zijn voor de bezoekers van de natuur. Het wild zwijn is inderdaad een intelligent dier, leep en snel, en als het erop aankomt zeer gewelddadig. De naar boven gerichte hoektanden van het mannetje kunnen gruwelijke wonden veroorzaken. Toch is de kans dat je er een tegenkomt minimaal.
Ook hier is geen voorbeeld bekend, dat mensen zijn aangevallen.
Volgens het huidige beleid mogen wilde zwijnen formeel alleen op de Veluwe en de Meinweg voorkomen, daarbuiten geldt het zogenaamde nulstandbeleid. Maar er zijn ondertussen al zwijnen gesignaleerd op diverse plaatsen buiten deze gebieden, zoals bijvoorbeeld in het Leenderbos, en daarmee wordt het nulstandbeleid onhoudbaar. Het is volgens mij ook ongewenst, omdat wilde zwijnen zoals gezegd van oudsher gewoon in Nederland thuishoren en op ecologisch vlak een meerwaarde hebben.
Wilde zwijnen … laat maar komen !

zondag 6 mei 2012

Wereldbiodiversiteitsdag.


De VN hebben 22 mei uitgeroepen tot Wereldbiodiversiteitsdag. Biodiversiteit is de verzamelnaam voor de grote verscheidenheid aan micro-organismen, dieren- en plantensoorten. “Bio” betekent leven, “diversiteit” betekent afwisseling, verschil.
Die verscheidenheid is van enorm belang, want alle planten- en dierensoorten op onze planeet hebben een functie. Eén soort dient bijvoorbeeld als voedsel voor de ander, zoals een gazelle voor een leeuw. Een boom haalt CO2 uit de lucht tijdens zijn groei en houdt met zijn wortels vruchtbare aarde vast. Er zijn planten met medicinale eigenschappen en dieren die via hun ontlasting zaden verspreiden.
Organismen op de bodem van een oerwoud zorgen ervoor dat omgevallen bomen tot pulp worden gemalen en weer als voedingsstof dienen voor andere bomen. Zo kunnen we nog wel even doorgaan.
Meestal wordt pas goed duidelijk welke functie een plant of dier heeft, als er problemen ontstaan omdat de soort op het punt staat te verdwijnen. Neem de nijlpaarden in Centraal-Afrika. Nijlpaardenpoep is een belangrijke voedselbron  voor vissen. Omdat het aantal nijlpaarden door stroperij alarmerend daalt, verdwijnt ook het voedsel voor de vissen. Hierdoor holt de visstand achteruit en daardoor heeft de lokale bevolking weer problemen om aan eten te komen. Die samenhang in de natuur noemen we een ecosysteem en dat is daar nu verstoord.
Biodiversiteit houdt ecosystemen juist in stand en zorgt daardoor voor grondstoffen voor ons bestaan: kleding, voedsel, medicijnen, brandstof, schone lucht en water.
De Coalitie Biodiversiteit 2010 organiseert de Wereldbiodiversiteitsdag in het kader van het internationale ‘Jaar van de Biodiversiteit’.
Het doel van de dag is dat mensen zich meer bewust worden van het belang van biodiversiteit. Dit kan het beste door iedereen zoveel mogelijk van de natuur te laten genieten.
Alle Nederlanders worden uitgenodigd op natuurterreinen, boerderijen of in botanische tuinen om zelf te komen ontdekken wat biodiversiteit betekent.
Door het hele land vinden inspirerende activiteiten plaats.
Hare Koninklijke Hoogheid Prinses Irene bijvoorbeeld, zoekt op 22 mei in de Duinen van Oostvoorne samen met een groep kinderen naar de schatten van de biodiversiteit.
De hoop is dat mensen, door meer te ontdekken over de natuur die ze zo vaak als vanzelfsprekend beschouwen, ook zullen leren om er beter voor te zorgen.
Want ondanks alle inspanningen gaat de biodiversiteit er nog steeds in alarmerend tempo op achteruit en volgens de EU kunnen de kansen alleen worden gekeerd als ook het publiek een handje meehelpt.
Dat is de boodschap van deze dag.

dinsdag 3 april 2012

EHS

De natuurgebieden in Nederland zijn nogal versnipperd en daardoor neemt de biodiversiteit af. De Ecologische Hoofdstructuur, de EHS, is bedoeld om de natuurgebieden te vergroten en te verbinden met hun omgeving, zodat planten en dieren zich makkelijker kunnen verspreiden. Hierdoor kunnen ze beter tegen negatieve invloeden van het milieu en in grotere gebieden kunnen natuurlijk ook meer soorten planten en dieren leven. Een goede oplossing dus.
Nu trekt opeens het kabinet Rutte zijn handen af van de EHS, de ruggengraat van de Nederlandse natuur. “Er moet herbegrenzing plaats vinden”, is de boodschap. Dat betekent dat er zogenaamde primaire en secundaire gebieden komen. In de primaire gebieden worden landbouwgronden aangekocht en ingericht, maar in de secundaire zal dat niet meer kunnen. Minstens 50% van de EHS wordt secundair!
Bleker wil bovendien de EHS die in 2018 niet gerealiseerd is, laten vervallen.
Dat is tegen alle afspraken in en volgens mij is hier sprake van onbehoorlijk bestuur, van ordinaire contractbreuk. De internationaal afgesproken verplichtingen raken steeds verder uit het zicht en dat kan toch zomaar niet.
Wat mij daarbij het meest stoort, is dat deze regering blijkbaar helemaal niks met de natuur heeft. Een ervaring van één worden met de natuur bij een zwerftocht over de Kampina op een mooie middag in het voorjaar is ze blijkbaar volstrekt vreemd. Een gevoel van respect, ontzag en verwondering tijdens een wandeling door de Oisterwijkse bossen met de prachtige vennen, die zo kenmerkend zijn voor dit gebied, is er kennelijk ook niet.
Het besef van verantwoordelijkheid voor de biodiversiteit in ons land ontbreekt. De natuur gaat in de uitverkoop. Heel verontrustend en heel armoedig...
Volgens mij heeft het geen zin meer om deze overheid te blijven wijzen op haar toezeggingen en verantwoordelijkheden. De natuurorganisaties moeten nu het initiatief maar nemen en zeggen: als de overheid het niet doet, gaan we het zelf wel doen.  Laat iedereen die wil meedoen zich maar melden.

zaterdag 3 maart 2012

Het Groene Wat? Het Groene Woud !

 

Nationaal landschap Het Groene Woud is de naam voor het ‘groene hart’
tussen Eindhoven, ’s-Hertogenbosch en Tilburg. Ons mooie Oisterwijk ligt daar midden in. De overheid riep in 2005 het gebied uit tot
Nationaal Landschap, een prima basis voor goede bescherming van dit prachtige stukje Brabant. Het is gewoon uniek: in totaal 35.000 hectare bos, moeras, heide en agrarisch land met veel populieren en vol met fiets-, wandel en ruiterpaden. Veel boeren verbouwen er streekproducten. Je denkt soms dat je nog in het Brabant van vroeger bent. Er bevinden zich natuurgebieden zoals Kampina, Oisterwijkse Bossen en Vennen, Mortelen, Geelders, Dommeldal en Scheeken. Er lopen  verschillende beken doorheen: Dommel, Beerze en Reusel.
De meesten van ons zijn er goed thuis: we
wonen en werken er, gaan of gingen er naar school, zijn er ook vaak geboren.
Veel mensen zetten er zich in voor behoud van de eigen kwaliteiten van het gebied en werken mee aan veranderingen voor een meer duurzame toekomst. Het Groene Woud moet namelijk een succesvolle, duurzame streek worden die mensen in contact brengt met de natuur, de geschiedenis en de landbouw. Dat gaat natuurlijk meer druk en drukte geven, maar dat moet wel in balans blijven met wat er altijd al was: rust, groen, schone lucht en biodiversiteit.
Nu het Rijk heeft aangegeven geen verantwoordelijkheid meer te zullen dragen voor dit Nationale Landschap, gaat er dus een nieuwe fase in, waarin we ervoor moeten zorgen dat het Groene Woud niet verloren gaat. Het is te belangrijk voor ons allemaal, of we nu ondernemer zijn, boer, bewoner, recreant of natuurliefhebber.
Maar er dreigt een te kort aan financiële middelen, waardoor een gebied zo groot als de Kampina misschien in de uitverkoop gaat. Dat is alleen te voorkomen als de provincie meer geld beschikbaar stelt nu ze zelf verantwoordelijk wordt voor het natuurbeleid.
Wij zijn overigens door deze hele operatie van onze regering dichter bij dit beleid komen te staan en moeten beseffen dat onze bijdrage nodig en mogelijk is.
Mensen doen, leert de geschiedenis, meestal het goede pas nadat ze eerst alle foute oplossingen hebben uitgeprobeerd. Vervolgens is het fascinerend om te zien met hoeveel creativiteit en inventiviteit ze dreigende problemen te lijf gaan, vaak met uitstekend resultaat. Ook nu weer.
De gemeente Oisterwijk bekijkt bijvoorbeeld de mogelijkheden om het snoeihout uit het Groene Woud te gebruiken als brandstof voor een biomassacentrale, voor duurzame energie dus.
Ook jij kunt iets betekenen: wat vind jij belangrijk om te bewaren voor later en wat heb je daar voor over, met wie wil je samenwerken, waar liggen kansen ?
Kom uit de kast en zorg er mede voor dat  we over een tiental jaren nog steeds een antwoord hebben op Het Groene Wat ?

zaterdag 4 februari 2012

Biodiversiteitstuinen.

Al weer ruim tweehonderd jaar geleden, op 14 april 1809, bezocht Lodewijk Napoleon, broer van de Franse keizer, het departement Brabant. Een van de hoogtepunten van zijn inspectietocht was het bezoek aan Tilburg, waarbij hij zelfs besloot om Tilburg tot stad te verheffen. Zijn tocht ging via Oisterwijk. 
De Franse Baan, waarschijnlijk aangelegd in de Romeinse tijd, dankt zijn naam aan Lodewijks troepen die erover richting Tilburg trokken. Ze schijnen gerust te hebben in het centrum van Oisterwijk, onder de lindeboom.
Op 28 november 2011 kwam dezelfde Franse baan in het nieuws met de ingebruikname van de Biodiversiteitstuin van park de Rosep. De wethouders Van Hezik en Wagenmakers openden de tuin door er twee inlandse bomen te planten. Om de natuurlijke balans te bevorderen zijn er inmiddels ook bramen, bessen, kruisbessen en frambozen geplant en verschillende fruitbomen. Verder mogen liefhebbers er een groentetuin ontwikkelen en eigen groenten kweken.
Bijzonder aan een biodiversiteitstuin is natuurlijk de soortenrijkdom, de biodiversiteit.
Biodiversiteit wordt steeds belangrijker, net als duurzaamheid. Niet alleen voor ecologen maar voor iedereen. Het levert een versterking op van de natuurwaarden.
Een mooi initiatief dus en wat mij betreft voor herhaling vatbaar.
Mogelijkheden genoeg zou ik denken.
Nu de huidige crisis ook de bouw treft, zullen tijdelijk braak liggende terreinen langer leeg blijven. Mooie plekken, waar al dan niet een hek of een muur omheen staat en verder niets mee gebeurt. Zonde ! Op zulke plaatsen kan een heleboel gebeuren in het kader van biodiversiteit. Een moestuin aanleggen bijvoorbeeld of tijdelijk klein groen realiseren voor en door de bewoners uit de buurt.
Zij worden zich op die manier meer bewust van gezonde voeding en realiseren zich waar groente, fruit en kruiden vandaan komen.
Ik hoor de huivering al: niets is zo langdurig als tijdelijk!
Dat hoeft niet als de politiek een handje helpt door enkele concrete uitgangspunten en maatregelen te formuleren om tijdelijk gebruik van deze braak liggende stukjes grond mogelijk te maken.
Een utopie? Helemaal niet! Ga maar eens kijken bij de natuurSUPERmarkt in de Iriswijk en de Oude Haven in Eindhoven of bij Vrij Groen, de tijdelijke biodiversiteitstuin naast de toren van Naturalis in Leiden of bij de zopas gerealiseerde biodiversiteitstuin van het Theresialyceum in Tilburg.
Ik stel me voor dat genoemde wethouders in het kader van duurzaamheidseducatie de handen ineen slaan en het initiatief nemen om, samen met 2College Durendael, van de pastoorstuin achter het kerkhof bij de Petruskerk een biodiversiteitstuin te maken. Enkele groepen leerlingen van deze scholengemeenschap hebben zich de afgelopen jaren al verdiept in een mogelijke ontwikkeling van de tuin. Schetsen liggen klaar en zijn zelfs gepresenteerd.
Zo bevorderen we niet alleen natuurwaarden, maar helpen we ook nog eens mee aan het ontstaan van een meer groene generatie.
Wie kan daar nu op tegen zijn !

woensdag 4 januari 2012

Verwondering.



Op oudejaarsdag hing opeens in onze kerstkrans naast de voordeur een rinkelend, zilveren kerstballetje met een kaartje eraan: verwondering gewenst in 2012. Deze wens geef ik graag door, met dank aan de afzender.
De oorsprong van natuurbescherming zit hem in de verwondering over de schoonheid van de natuur. Zo rond 1900 ontstond voor het eerst de behoefte om die te beschermen. De beschermers waren niet met velen, maar het was wel een gemêleerd gezelschap, bestaande uit onder meer zakenlieden, geestelijken, kunstenaars en onderwijzers. Zij verwonderden zich over de schoonheid van de natuur en hebben er in beginsel voor gezorgd dat tegenwoordig  iedereen er zo ongeveer wel van overtuigd is, dat het goed is om zorg te hebben voor de natuur.
Dan is het op zijn minst vreemd dat onze huidige overheid, met Bleker als sluipschutter op alles wat groeit en bloeit voorop, haar handen af wil trekken van de natuurbescherming. Op deze manier wordt de natuur vernield en verragt en zit er dus niets anders op dan opnieuw een natuurbeschermingsbeweging op te starten. Die begint natuurlijk bij onszelf: bij het weer leren zien en voelen en je verwonderen.
We krijgen daarbij in ieder geval steun van onze koningin, die in haar deze keer bijzonder concrete kerstboodschap, ons oproept de Henk Blekers van deze aarde te weerstaan.
Kijken, kijken, nog eens kijken en luisteren, is daarbij het devies.
Als je echt kijkt, zie je opeens hoe geraffineerd en fabelachtig slim de natuur in elkaar zit. En hoe meer je ziet, hoe meer je waardeert.
Een piepklein hagedisje, dat doodstil tussen het dorre blad zit en weet dat dit de beste manier is om bij onraad te reageren. Een kwakende heikikker, die zich tussen de waterplanten verstopt heeft. Een hamerende specht in de verte, libelles die ongewild de aandacht trekken van een boomvalk, een eekhoorn die haastig een boom in spurt, een ree die van afstand verbaasd in je richting kijkt. Stil blijven staan, want daar weet hij niet goed raad mee.
Kom achter je laptop vandaan, spring op de fiets, trek je wandelschoenen aan en ga er op uit. Achter elke boom, op elk bospaadje, in en rondom elk ven wacht wel een verrassing, ligt de verwondering op de loer.
Een geducht wapen in de strijd tegen Bleker en de zijnen.

maandag 5 december 2011

We zullen het zelf moeten doen.

De wereld verandert snel. Kranten, internet en televisie bombarderen ons zo erg met alarmberichten, ook over onze natuur, dat je soms verlangt naar een lange winterslaap tot al die ellende voorbij is. 
Het recente voorstel voor de nieuwe natuurwet bijvoorbeeld, laat bij alle natuur- en milieuorganisaties en bij menig Nederlander het alarm afgaan.
60 beschermde gebieden gaan alle bescherming verliezen. Je kunt daar weer naar hartenlust motorcrossen en mountainbiken en er kan bijvoorbeeld weer hoogbouw gepleegd worden.
De minimale regels die overblijven zijn volgens Natuurmonumenten zo opgeschreven dat ze in de praktijk niet te handhaven zijn. Je mag bijvoorbeeld zelf bepalen of jouw activiteit belangrijke nadelige effecten heeft op beschermde natuurgebieden.
Dat gaat natuurlijk niet werken, bedacht ik, toen ik op de plek fietste waar de Heisteeg en de Bosweg zich kruisen en me opnieuw realiseerde wat voor enorme paleizen in dit gebied verschenen zijn.
Oisterwijk bestaat in 2012 achthonderd jaar. Hoe zou het er 800 jaar geleden op deze plek hebben uitgezien? Ik weet het niet.
Ik weet wel hoe de situatie 100 jaar geleden was. Toen behoorde dit gebied tot het landgoed "De Hondsberg" en staken de Vereniging Natuurmonumenten, de Oisterwijkse VVV en de gemeente Tilburg de koppen bij elkaar. Ze gruwden van de plannen om de bossen te kappen, de vennen droog te leggen en het gebied te bebouwen met villa’s. Er kwamen gelukkig al snel renteloze leningen en later ook giften en zo kon dit gebied worden aangekocht en in stand gehouden. Als penningmeester speelde Pieter van Tienhoven hierbij een belangrijke rol. Naar hem is de Van Tienhovenlaan genoemd, die terecht de plek is geworden waar Natuurmonumenten zijn bezoekerscentrum inrichtte.
Van Tienhoven zou eens moeten zien wat er is geworden van dit stukje Oisterwijk. Ik stel me zo voor dat hij daar behoorlijk somber van zou worden, net zoals blijkbaar menig dorpsgenoot, want het is verdikkeme toch nog uit de hand gelopen! Toegegeven, we kunnen weinig veranderen aan de feiten hier, dan hadden we ons eerder moeten laten horen. We kunnen wel wat doen aan de sombere gedachten: op pad gaan, bewegen, de buitenlucht opzoeken in dit mooie gebied. Bewegen heeft namelijk een positieve invloed op je mentale gezondheid. Bovendien zien we dan met een grotere groep eerder mogelijk ongewenste ontwikkelingen in onze Oisterwijkse natuur en kunnen die aan de kaak stellen.
Als de wet niet werkt, dan zullen we het namelijk zelf moeten doen!
Dat lukt, daarop wijzen de recente gebeurtenissen rondom de geplande fietsenstalling bij het station en de huisvesting van Scouting en IVN.
Ook dat verdrijft sombere gedachten en maakt je dus gezonder.
Ik wens iedereen een gezond 2012 toe.